Gepost in Actualiteit op 11-08-2017 om 10:15

De ernstige ongewenste effecten van uitwendige antiparasitaire middelen

Dit artikel is gebaseerd op een retrospectieve studie van onder anderen Kim Schumacher, Éric Fresnay en Élisabeth Begon over ernstige ongewenste effecten van uitwendige antiparasitaire middelen. Dit onderzoek over medicatiebewaking werd uitgevoerd om de negatieve effecten van verschillende uitwendige antiparasitaire middelen beter te vatten. De studie onderzocht tussen 2011 en 2015 honden en katten, geregistreerde gevallen uit het Agence Nationale du Médicament Vétérinaire (ANMV) in Frankrijk.

De meeste uitwendige antiparasitaire middelen worden gebruikt in de strijd tegen vlooien en teken bij gezelschapsdieren, hoofdzakelijk carnivoren. Deze uitwendige antiparasitaire middelen kunnen voornamelijk milde bijwerkingen hebben, zoals misselijkheid, braken, buikpijn, huiduitslag en duizeligheid. Sommige effecten van uitwendige antiparasitaire middelen zijn daarentegen ernstiger, wat wil zeggen dat de bijwerkingen soms het leven van het dier in gevaar kunnen brengen.

Verschillende soorten parasieten

Uitwendige antiparasitaire middelen kunnen onderverdeeld worden in twee categorieën, ectoparasieten en endectoparasieten. Behandelingen tegen ectoparasieten kunnen op basis van de toedieningswijze onderverdeeld worden in twee subgroepen: topische en systemische. De eerste subgroep bestaat uit geneesmiddelen die spot-on worden toegediend bij dieren, maar ook via handbanden, poeders, shampoos, etc. Geneesmiddelen uit de systemische subgroep worden geïnjecteerd of oraal toegediend. Daarnaast hebben geneesmiddelen tegen endectoparasieten zowel een interne als externe werking.

We constateren dat vooral middelen tegen ectoparasieten met systemische toediening en tegen endectoparasieten het gevaarlijkste zijn. Deze producten, vooral die met systemische toedieningsweg en lange nawerking, moeten idealiter worden voorgeschreven na een volledig klinisch onderzoek. Dieren die lijden aan een onderliggende aandoening kunnen er bijvoorbeeld gevoeliger voor zijn.

Opgelet met sprays en shampoos

Een ander belangrijk resultaat uit de studie is het feit dat geneesmiddelen voor katten op basis van tetramethrine minder solide zijn. Waarschijnlijk omdat dergelijke medicatie het niet toelaat om een nauwkeurige dosis (spray, shampoo) toe te dienen. Bovendien is het noodzakelijk om te weten dat het niet altijd gemakkelijk is om de impact te bepalen van uitwendige antiparasitaire middelen bij een ziekte of overlijden van een dier. Vooral omdat de anamnese van het geval zelden volledig is.

Kortom, zelfs al zijn uitwendige antiparasitaire middelen vaak zeer veilige producten, toch blijven ze niet zonder gevaar. Het is in ieder geval belangrijk dat de dierenarts goed advies geeft bij de al dan niet ernstige van uitwendige antiparasitaire middelen.

Referentie
Schumacher K, Fresnay É, Begon É, Rougier S et coll. 2017. Étude rétrospective des effets indésirables graves des antiparasitaires externes. Le Point Vétérinaire, n° 374, p. 28-34.


Bekijk alle berichten in 'Actualiteit'